Alto Adige – Zuid Tirol

Ligging:  meest noordelijk wijngebied van Italië waar men meer Duits spreekt dan Italiaans. Om precies te zijn: het gebied ligt ten oosten van Zwitserland en zuidelijk van Oostenrijk. Een klein wijngebied met een grote verscheidenheid in ligging, bodem en druivenras. De hoogte van de wijngaarden varieert tussen de 200 en de 1000 meter; de meesten liggen ten zuiden van Bolzano (Bozen). In zeven zones (Bassa Atesina, Oltradige, Bolzano, Adige vallei, Merano, Isarco vallei en de Venosta valley) verdeeld is het totale oppervlak van de wijngaarden 5,300 hectare.

Klimaat: in het noorden beschermd door de Alpen, in het zuiden profiteren de valleien van de warme vochtige lucht afkomstig van het Garda Meer en de Middellandse zee. Gemiddelde temperatuur in de zomer is 21.7 ⁰ C. Met jaarlijks ongeveer 1.800 zonuren en 814 mm neerslag is de Alto Adige een ideaal wijnbouw gebied.

Bodem: de diverse bodemsoorten zijn kalksteen, porfier (paarskleurig vulkanisch gesteente vermengd met grote kristallen), kiezel, alluviaal (door aanslibbing ontstane grond), zandmergel, myca (glasachtig mineraal dat bestand is tegen hoge temperatuur), leisteen, gneiss (veldspaathoudend metamorf gesteente).

Druivensoorten: zowel autochtone als internationale druiven voelen zich hier op hun gemak ook al moeten ze hard werken om aan hun voedsel te komen. De rode druivensoorten zijn: Schiava (ook wel Vernatsch genoemd), Lagrein, Pinot Nero, Merlot en Cabernet Sauvignon. Hun witte evenknieën zijn Gewürztraminer, Pinot Grigio, Pinot Bianco, Sauvignon en Chardonnay. Daarnaast zijn er nog enkele speciale witte druivensoorten Müller Thurgau, Kerner, Veltliner en Sylvaner, Riesling, Moscato Giallo (Muscat à Petits Grains) en Moscato Rosa

Viticultuur: de wijngaarden zijn zowel tegen berghellingen als op lager gelegen grond in de valleien en nabij de rivier gesitueerd. Tegen de berghellingen geeft men de voorkeur aan terrassenbouw om het werken hier minder zwaar te maken. Op deze hoogte gebruikt men voor de geleiding van de wijnstokken het pergola latwerk systeem om hiermee de vochtigheid van bodem die overschaduwt wordt door de pergola te bewaren. In de lager gelegen wijngaarden gaat de voorkeur uit naar het Guyot systeem. Het voordeel van dit systeem is dat de druiven de meest ideale hoeveelheid zon, nodig voor de rijping, krijgen. Het pergola systeem wordt voor de nieuwe aanplant steeds minder gebruikt en vaker vervangen door het Guyot systeem.

 Vinificatie: voor witte wijn worden de druiven na aankomst in de wijnkelder voorzichtig geperst, geklaard en daarna onder gecontroleerde temperatuur in roestvrijstalen tanks gefermenteerd. Daarbij worden zo veel mogelijk natuurlijke giststammen gebruikt. Het laten rusten op de dode gistcellen bevorderd de viscositeit van de wijn. Het gebruik van houten vaten voor de fermentatie is niet regulier, maar wordt wel toegepast.

De druiven voor de rode wijn worden na aankomst meteen ontstemd en onder gecontroleerde temperatuur gefermenteerd waarbij de most in contact blijft met de schillen. Dit heeft effect op de kleur en het benadrukt de fruitigheid van de wijn. Meestal volgt hierna de malolactische fermentatie. volgt hierna. Vaak wordt voor het rijpen van de wijn frans eiken vaten gebruikt.